Informatie en advies
Homoseksualiteit
Vragen en antwoorden FAQ
1. Hoe weet ik of ik het ben?
Veel mannen en vrouwen, en meiden en jongens hebben wel eens erotische fantasieën over omgang met personen van hetzelfde geslacht. Pas als je echt ‘seks’ met iemand van hetzelfde geslacht wilt hebben zou je over homoseksualiteit kunnen spreken. Als die gedachten je onrustig maken is het beter om er eens met iemand over te praten. Met Telefoon en Inloop, bijvoorbeeld. Overigens is het onbelangrijk hoe je het noemt. Met zo’n etiket hoef je niet te koop te lopen. ‘Homoseksualiteit’ is een kunstmatig woord dat pas in de 19e eeuw door West-Europese medici is bedacht. In sommige talen, b.v. in het Arabisch, bestaat het woord niet.
2. Is homoseksualiteit een vrije keuze?
"Een belangrijk argument tegen het idee dat homoseksualiteit een lifestyle-keuze zou zijn of onder invloed van de omgeving zou ontstaan, is de gebleken onmogelijkheid om mensen van hun homoseksualiteit af te helpen."
"Homoseksualiteit valt niet te genezen. Niet met gebeden, met elektroshocks en ook niet met braaktherapie", schrijft Prof. Dick Swaab (Universiteit van Amsterdam) in een column in NRC Handelsblad van 4 oktober 2008.
COC Rotterdam prijst zich gelukkig met de toestemming om deze column integraal te publiceren op zijn website.
Lees de volledige column als pdf-document
Geen keus © Copyright Dick Swaab
3. Mag homoseksualiteit?
In Nederland en in andere West-Europese landen bestaat een scheiding van kerk en staat. Homoseksualiteit is daar wettelijk NIET strafbaar. Er zijn wel wettelijke bepalingen die seksuele omgang van meerderjarigen met jongeren (in Nederland onder de leeftijd van 16 jaar) strafbaar stellen. Dan spreekt men van ‘ontuchtige handelingen’ en als het ernstig is van ‘seksueel misbruik’. Dat geldt trouwens ook voor personen van ongelijk geslacht. Strenge kringen binnen het christendom, jodendom en islam wijzen homoseksualiteit uit principe af.
4. Waar herken je ze aan?
In spotprenten en karikaturen worden homoseksuelen vaak voorgesteld als verwijfde mannen en stoere vrouwen in tuinbroeken. In werkelijkheid zijn homoseksuelen niet in één oogopslag te herkennen.
5. Is homoseksualiteit erfelijk?
Er zijn door de tijd heen veel theorieën gepresenteerd. Die waren altijd zo opgesteld dat homoseksualiteit iets minderwaardigs was dat verboden moest worden. Er wordt nu aangenomen dat homoseksualiteit voor een deel door erfelijke factoren wordt aangestuurd, in samenhang met andere factoren die iemands persoonlijkheid vormen. Het fijne van de zaak is onbekend. Vast staat dat homoseksualiteit, zowel bij mannen als bij vrouwen, iets is van alle tijden en van alle culturen.
6. Hoe noemen ze zich?
Een homoseksuele man noemt zichzelf in het dagelijks spraakgebruik gewoon een ‘homo’, of soms een ‘flikker’ of een ‘nicht’. Men spreekt ook wel van ‘homofielen’. Een homoseksuele vrouw heet een ‘lesbienne’. Sommige lesbische vrouwen noemen zich wel eens een ‘pot’ of een ‘lesbo’.
7. Veilig vrijen
Tijdens onze Inloopavonden kun je over dit onderwerp gedetailleerde folders komen ophalen. Besmetting met Seksueel Overdraagbare Aandoeningen SOA’s komt meer voor dan je denkt. De meeste zijn te genezen. Maar als je besmet bent met het aidsvirus, is dat voor de duur van je leven. Nog altijd is aids een dodelijke ziekte. De kans op besmetting met HIV (aidsvirus) kun je zelf verminderen door veilig te vrijen. In de eerste plaats is het belangrijk dat je vermijdt dat sperma of bloed van je seksmaatje via jouw slijmvliezen je lichaam binnen kunnen dringen. Dus je gedraagt je veilig als je ervoor zorgt dat er geen sperma in een kont, mond of vagina komt. Trouwens als je spuit, niet samen dezelfde naald gebruiken.
8. Onveilig geweest?
Probeer je hoofd erbij te houden. Bel zo nodig de aids-infolijn tel. 0800 – 022 22 20 (gratis) om je gedachten op een rijtje te zetten. Dat kan anoniem. Je kunt ook Telefoon en Inloop bellen of bij ons langs komen. Wij behandelen dit vertrouwelijk. Aarzel vervolgens niet om advies te vragen bij een arts, of anoniem bij de GGD, Schiedamsedijk, of bij ziekenhuis Dijkzigt, afdeling venerische ziekten, kamer F (eveneens anoniem). Volgens de nieuwste medische inzichten is het belangrijk daar niet te lang mee te wachten.
9. Hoe vertel ik het mijn ouders?
Hier zijn wat tips:
9.1. Heb je het "Boekje voor meiden" of "Jongens en jongens" gelezen?. Je kunt het online opvragen via onze website. Lees dan vooral het stukje over "coming-out" en "reacties". Daar staan een paar situaties beschreven waarin je jezelf misschien herkent.
9.2. Het kan soms makkelijker zijn om het je ouders één voor één te vertellen. Dan vermijd je een discussie die in de meeste gevallen weinig zinvol is. Het gaat immers alleen om jouw gevoel. Als je met je ouders praat zou je bijvoorbeeld met een van je ouders op een goed moment eens een woord kunnen laten vallen van "met een jongen (meisje) vind ik het niet zo leuk". Of, "jullie hoeven niet te verwachten dat ik met een jongen (meisje) thuis kom".
9.3. Durf je naar een kiosk te gaan en het homoblad voor jongeren "ExpresZo" te kopen? Ja, probeer het maar. En laat dat blad thuis op een in het oog lopende plaats slingeren, opdat je moeder of vader het ziet liggen en er nieuwsgierige vragen over gaat stellen.
8.4. Heb je een goede vriend(in) aan wie je het misschien eerst wil vertellen. Vaak is het makkelijker om niet je ouders als eerste je GROTE nieuws te vertellen.
9.5. Soms ligt het gevoelig bij ouders om woorden als lesbisch en homoseksueel te horen. Het zijn etiketten die je in het begin kunt vermijden door te zeggen dat je op jongens/meisjes valt of iets dergelijks.